Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Die wet past het civiele bewijsrecht aan op de praktijk van nu. De kern: eerder en zorgvuldiger informatie verzamelen, meer aandacht voor waarheidsvinding en duidelijkere instrumenten om bewijs boven tafel te krijgen. Het nieuwe bewijsrecht geldt voor zaken die ná 1 januari 2025 aanhangig zijn gemaakt.
Waarheidsplicht: meer dan “niet liegen”
De waarheidsplicht bestond al, maar is aangescherpt. Partijen moeten niet alleen de relevante feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. Zij moeten vóór de procedure ook zoveel mogelijk gegevens verzamelen waarvan te voorzien is dat die van belang zijn voor de beoordeling van vorderingen en verweren.
Doen zij dat niet, dan mag de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij passend vindt. Dat kan ver gaan. In recente rechtspraak zijn vorderingen al afgewezen enkel vanwege schending van artikel 21 Rv. Dossieropbouw is dus niet langer iets “voor later”, maar een verplicht onderdeel van een goede start.
Voorlopig bewijs in één keer geregeld
De regels over voorlopige bewijsverrichtingen zijn gebundeld en vereenvoudigd. In één verzoek kunnen nu meerdere bewijsverrichtingen worden gevraagd, bijvoorbeeld een voorlopig getuigenverhoor gecombineerd met een deskundigenbericht. Dat moet wel gebeuren voordat de zaak formeel is aangebracht.
De afwijzingsgronden zijn beperkt. Het idee is dat partijen laagdrempeliger vooraf duidelijkheid kunnen krijgen over feiten en technische kwesties, zodat een eventuele procedure gerichter kan worden gevoerd.
Inzagerecht: ruimere en duidelijkere toegang tot stukken
Het oude artikel 843a Rv is verplaatst en uitgebreid. Uitgangspunt is nu dat een partij recht heeft op inzage in gegevens als zij daarbij een voldoende belang heeft. De informatie moet worden verstrekt, tenzij er bijvoorbeeld een verschoningsrecht geldt of andere zwaarwegende redenen bestaan, zoals zwaar vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
Als de wederpartij niet wil meewerken, kan de rechter worden gevraagd om een beslissing. Nieuw is ook dat informatie bij derden kan worden opgevraagd. Het inzagerecht wordt zo nadrukkelijker een praktisch middel om informatie te verkrijgen, naast klassieke bewijsmiddelen.
Getuigenverklaringen van partijen
De bepaling die de bewijskracht van een partijgetuige beperkte, is geschrapt. De rechter is vrijer geworden in de waardering van verklaringen, ook als die afkomstig zijn van partijen zelf. Hoe dit precies uitpakt, zal de komende jaren in de jurisprudentie verder vorm krijgen.
Nieuwe mogelijkheden: constateringen en bewijsbeslag
De wet bevestigt verder dat een proces-verbaal van constatering als zelfstandig bewijsmiddel kan dienen, bijvoorbeeld bij digitale informatie. Daarnaast is het mogelijk gemaakt om conservatoir bewijsbeslag te leggen, zodat relevant bewijs kan worden veiliggesteld voordat het verdwijnt of wordt aangepast.