Join THE TEAM.

Wij hebben direct plaats voor een gevorderde stagiaire of jurist!

Zie de vacature

Onrechtmatige publicaties – aantasting eer en goede naam

Onrechtmatige publicatie. Onrechtmatige publicatie op internetforum Ter beoordeling staat de vraag of de door gedaagde op internetfora gepubliceerde postings onrechtmatig zijn jegens eiser. De rechtbank overweegt, dat ter beoordeling staat of gedaagde met de betreffende publicaties inbreuk heeft gemaakt op de eer en goede naam/persoonlijke levenssfeer van eiser. Voor zover sprake is van een dergelijke inbreuk, zal moeten worden bezien of deze aantasting, gelet op alle omstandigheden van het geval, onrechtmatig is jegens eiser. Bij die beoordeling staan in beginsel twee gelijkwaardige belangen tegenover elkaar: het belang van eiser op eerbiediging van zijn eer en goede naam waaronder het belang om op het internet en/of op internetfora niet blootgesteld te worden aan lichtvaardige verdachtmakingen en het belang van gedaagde bij uitingsvrijheid en in dat verband het belang misstanden in de samenleving, waaronder de financiële wereld, aan de orde te stellen. Wel mag worden verlangd dat hij bij het uiten van beschuldigingen aan het adres van een individueel persoon, de nodige zorgvuldigheid in acht wordt genomen. Zeker indien deze beschuldigingen afkomstig zijn van iemand met een bepaalde autoriteit. Daarbij zal tevens van belang zijn of de uitlatingen zijn gedaan in het kader van een reeds langer lopende discussie, of dat de uitlatingen zijn gedaan op initiatief van gedaagde en uit louter persoonlijk motief. Voorts heeft te gelden dat ook met betrekking tot waardeoordelen een voldoende feitelijke basis moet bestaan voor de desbetreffende uiting, omdat ook een waardeoordeel excessief en daarom onrechtmatig kan zijn indien elke feitelijke basis daarvoor ontbreekt (zie HR 18 januari 2008, LJN BB3210, C06/161HR).
De rechtbank komt uiteindelijk tot het oordeel dat enkele postings onrechtmatig zijn jegens eiser voor zover deze de kwalificatie oplichter en/of dieven bevat.

Mocht u omtrent onrechtmatige publicaties vragen hebben of behoefte hebben aan direct advies of bijstand, kunt u altijd kosteloos contact opnemen met ons advocatenkantoor. Telefonisch contact gaat snel en u krijgt direct een van onze advocaten aan de telefoon. Bel ons nu tegen op 030 252 35 20 of tot 22.00 uur op 030 252 35 20. Een eerste telefonisch advies is altijd kosteloos.

U I T S P R A A K

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 421538 / HA ZA 09-706

Vonnis van 4 november 2009

in de zaak van

1.  [A],
wonende te –,

2.  de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ABC MEDIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisers,
advocaat mr. X,

tegen

[B],
wonende te –,
gedaagde,
advocaat mr. Y.

Eisers zullen hierna gezamenlijk [A] c.s. en ieder afzonderlijk [A] en XYZ worden genoemd. Gedaagde zal hierna [B] worden genoemd.

1.  De procedure
1.1.  Het verloop van de procedure blijkt uit:
–  het tussenvonnis van 3 juni 2009, met de daarin genoemde stukken,
–  het proces-verbaal van comparitie van 7 september 2009, met de daarin genoemde stukken.

1.2.  Ten slotte is vonnis bepaald.

2.  De feiten
2.1.  [A] is sinds 1991 als onder meer financier en adviseur werkzaam voor professionele partijen in de financiële sector.

2.2.  [A] was betrokken bij de opgerichte beleggingswebsite NNN.nl. [B] is thans één van de twee directeuren van NNN Mediagroep B.V. (NNN) welke vennootschap onder meer de website NNN.nl exploiteert.

2.3.  In 2005 is [A] weggegaan bij NNN. [A] heeft vervolgens een eigen, concurrerende website inveztor.nl opgericht in een joint venture met het Financieel Dagblad. Inveztor exploiteert de website inveztor.nl.
Onderdeel van zowel de website NNN.nl als de site inveztor.nl vormt een forum, waar belangstellenden met elkaar kunnen discussiëren over uiteenlopende onderwerpen.

2.4.  In de periode mei-december 2008 zijn de volgende publicaties op het forum van NNN.nl en/of op het forum van XYZ.nl verschenen:

Op 2 mei 2008 (hierna: posting A)

“[A] wordt meestal betaald door dit soort bedrijven om aandelen te pluggen.
Als hij niet betaald wordt om te pluggen, heeft hij een ander belang. Dat wordt af en toe disclosed, af en toe niet.
Hij heeft jarenlang op zowel NNN.nl als bij Quote geluld over zijn “marktneutrale fonds auriga”. Wat bleek: voor elke euro geïnvesteerd vanuit nederland kreeg hij, recurring, een fee.
Oppassen dus met zijn “aanbevelingen”.”

Op 26 oktober 2008 (hierna posting B)

“[C] schreef: […]
Of [A] een crimineel is? Gaat ver om dat te zeggen. Naar mijn mening komt het wel in de buurt van oplichting (doel met name op pluggen van aandelen tegen een vergoeding en zelf daarop actief en soms tegengesteld handelen), maar om dat hard te maken is niet aan mij maar aan dit land gezaghebbende instanties.
..
Beste [C],

Is hier nog nieuws over lately?
Groetjes

[B]”

Op 20 december 2008 (hierna: posting C)

“Ha [C],
Toen het ons duidelijk werd wat zijn spel was met Auriga, hebben wij afscheid genomen van [A].
De AFM is al lang ingelicht hierover, maar blijkbaar is dit niet zo makkelijk aan te pakken. Zijn inveztor.nl/tisdale-praktijken zijn zo obvious, ik kan mij niet voorstellen dat daar niet iemand mee bezig is.
Mail mij even op [B]@NNN.nl, dan kunnen we even bijpraten hierover, wellicht kunnen wij iets voor elkaar betekenen.
[B]”

en

“Terecht dat u er klaar mee bent. Het einde van deze praktijken is in zicht.
Oplichters en dieven zijn het. [A] is niets meer dan een ordinaire struikrover die zich voordoet als “investeerder” en “vermogensbeheerder”. […]

en

“[A], oude vriend, je gaat eraan.[…]”

Op 21 december 2008 (hierna: posting D)

“[…] ik hoop dat er nu eindelijk een keer een gedegen onderzoek komt naar deze oplichter en zijn kornuiten. […”

en

“[…] Daar komen die stockpicks vandaan. […]
Pure struikroverij.”

[B] heeft erkend dat de postings A, C en D van zijn hand zijn. Posting B betreft volgens [B] een citaat van iemand anders, van zijn hand is slechts het deel aan het slot, na het citaat, dat gaat over de vraag of er nog nieuws is over het betreffende onderwerp.

2.5.  Op 30 januari 2009 heeft accountants- en onderzoeksbureau Deloitte Finance in opdracht van de Raad van Toezicht van het Franse bedrijf Eco-Emballages, een semi-overheidsinstelling in de verpakkings- en afvalverweringsbranche, een rapport uitgebracht over de financiële gang van zaken binnen Eco-Emballages en de investering van dit bedrijf in de fondsen Auriga, Santa Barbara en Primores (hierna: het rapport). Het rapport vermeldt onder meer dat [A] Eco Emballages heeft geadviseerd aandelen Santa Barbara, Auriga en Primores te kopen en dat [A] aan de onderzoekers heeft bevestigd dat hij contracten had met deze fondsen en commissies en ‘rétrocessions’ van deze fondsen heeft ontvangen als er op die fondsen werd ingeschreven. De door [A] van deze fondsen ontvangen commissies worden in het rapport over de jaren 1998-2005 geschat tussen de 3,6 en 5 miljoen euro.

3.  Het geschil
3.1.  [A] c.s. vordert na wijziging van eis bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I.  voor recht te verklaren dat de publicaties cq. uitlatingen van [B] op internet, waaronder op de website NNN.nl zoals aangehaald in alinea 10 van de dagvaarding, meer in het bijzonder de kwalificaties oplichter, oplichtingspraktijken en daaraan gelijk te stellen incriminerende uitingen, onrechtmatig zijn jegens [A];

II.  [B] te bevelen alle publicaties zoals genoemd in alinea 10 van de dagvaarding, althans die postings welke incriminerende kwalificaties bevatten, zoals oplichter, oplichtingspraktijken en daaraan gelijk te stellen uitingen en verdachtmakingen, te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede [B] te bevelen zich te onthouden van iedere mondelinge of schriftelijke publieke uitlating, welke als een herhaling kan worden gezien van de in deze publicaties vervatte verdachtmakingen, dan wel een verwijzing daarnaar vormen;

III.  [B] te veroordelen tot betaling, binnen drie werkdagen na betekening van het te wijzen vonnis, van een voorschot op immateriële en materiële schadevergoeding van EUR 10.000,-, althans een bedrag dat de rechtbank redelijk acht;

IV.  [B] te veroordelen tot het vergoeden van schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

V.  [B] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van
EUR 25.000,- per dag dat [B] geheel of gedeeltelijk het bevel sub II niet nakomt;

VI.  [B] te veroordelen in de kosten van dit geding.

Volgens [A] zijn de beschuldigingen in de postings, zoals hiervoor onder 2.4 geciteerd, onjuist en ontberen deze toereikende feitelijke grondslag. Bovendien bezigt [B] nodeloos grievende kwalificaties. De publicaties zijn dan ook onrechtmatig jegens hem, aldus [A].

3.2.  [B] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.  De beoordeling
4.1.  Ter beoordeling staat de vraag of [B] met de onder 2.4 geciteerde postings inbreuk heeft gemaakt op de eer en goede naam/persoonlijke levenssfeer van [A]. Voor zover sprake is van een dergelijke inbreuk, zal moeten worden bezien of deze aantasting, gelet op alle omstandigheden van het geval, onrechtmatig is jegens [A]. Bij die beoordeling staan in beginsel twee gelijkwaardige belangen tegenover elkaar: het belang van [A] op eerbiediging van zijn eer en goede naam waaronder het belang om op het internet en/of op internetfora niet blootgesteld te worden aan lichtvaardige verdachtmakingen en het belang van [B] bij uitingsvrijheid en in dat verband het belang misstanden in de samenleving, waaronder de financiële wereld, aan de orde te stellen. Dat [B] geen journalist van beroep is, is onvoldoende voor het oordeel dat hem op die grond nooit een rechtvaardigingsgrond voor zijn uitlatingen kan toekomen, zoals [A] betoogt. Fora zoals de koffiekamer van de website NNN.nl en het forum van de website inveztor.nl worden nu juist mede gebruikt om discussie te voeren over mogelijke misstanden in de financiële wereld, terwijl deze fora openbaar en voor iedereen toegankelijk zijn. Van [B], die actief deelneemt aan discussies op dergelijke internetfora, mag wel worden verlangd dat hij bij het uiten van beschuldigingen aan het adres van een individueel persoon, zoals [A], de nodige zorgvuldigheid in acht neemt. Weliswaar kan, gelet op de openbaarheid van het forum, iedereen, of zij nu deskundig zijn of niet, deelnemen aan discussies op het forum, en erkent ook [A] dat niet altijd elke posting even serieus moet worden genomen. Van een persoon als [B], die door menigeen op het forum zal worden herkend als directeur van NNN, zullen postings toch meer serieus worden genomen dan postings die afkomstig zijn van geheel onbekende individuen. Daarbij zal tevens van belang zijn of de uitlatingen zijn gedaan in het kader van een reeds langer lopende discussie, of dat de uitlatingen zijn gedaan op initiatief van [B] en uit louter persoonlijk motief. Voorts heeft te gelden dat ook met betrekking tot waardeoordelen een voldoende feitelijke basis moet bestaan voor de desbetreffende uiting, omdat ook een waardeoordeel excessief en daarom onrechtmatig kan zijn indien elke feitelijke basis daarvoor ontbreekt (zie HR 18 januari 2008, LJN BB3210, C06/161HR).

4.2.  Aan de hand van alle terzake dienende omstandigheden van het geval zal in het hierna volgende, per posting, worden beoordeeld of [B] onrechtmatig jegens [A] heeft gehandeld, waarbij beoordeeld zal worden of sprake is van een schending van de eer en goede naam van [A], alsmede welke van de betrokken grondrechten in dat geval het zwaarst weegt.

Posting A
4.3.  Deze posting wordt niet onrechtmatig geacht. Van enige (ongeoorloofde) inbreuk op de eer en goede naam van [A] is geen sprake. Voor zover [B] [A] in deze posting beschuldigt dat hij zich laat betalen om aandelen te pluggen, recurring fees ontving betreffende het fonds Auriga dan wel dat [A] een ander eigen belang bij het pluggen van aandelen heeft dat soms wordt onthuld, soms niet, wordt dit voldoende gesteund door het feitenmateriaal waaronder het rapport van Deloitte. Het betreft verder een posting die in een lopende discussie is geplaatst waar de meningen elkaar zo nu en dan met grote snelheid opvolgen. Wel worden de beschuldigingen door [B] overdreven door te schrijven dat [A] ‘meestal’ wordt betaald door dit soort bedrijven om aandelen te pluggen. Deze beschuldiging vindt onvoldoende steun in het feitenmateriaal. Deze overdrijving maakt posting A echter niet onrechtmatig. Een dergelijke overdrijving zal, nu de posting op een internetforum is geplaatst, door lezers met een korreltje zout worden genomen.

Posting B
4.4.  Posting B betreft volgens [B] geen uiting van hemzelf, maar een citaat van ene [C]. Dit wordt niet, althans onvoldoende door [A] betwist en wordt ook ondersteund door het gegeven dat het citaat begint met “[C] schreef:”. Uitsluitend de woorden “Beste [C], Is hier nog nieuws over lately? Groetjes [B]” worden geacht afkomstig te zijn van [B]. Dit van [B] afkomstige onderdeel van de posting is echter niet incriminerend en vormt geen aantasting van de eer en goede naam van [A]. Het enkel citeren van een ander die zich wellicht wel incriminerend jegens [A] uitlaat, is niet onrechtmatig jegens [A], waarbij relevant wordt geacht dat [B] in deze posting geen (negatief) waardeoordeel uitspreekt over het citaat van [C]. Posting B is dan ook niet onrechtmatig jegens [A].

Posting C
4.5.  De enkele vermelding dat de AFM al lang is ingelicht over het spel van [A] met Auriga, acht de rechtbank niet onrechtmatig. Het betreft hier een enkele mededeling, die niet op een onwaarheid berust. Dit onderdeel van de postings is verder ook neutraal geformuleerd, en bevat geen grievende verdachtmakingen. De posting vermeldt ook niets over een eventueel door AFM jegens [A] ingesteld officieel onderzoek. Ook het onderdeel van de posting dat [A] ervan beschuldigt een ordinaire struikrover te zijn die zich voordoet als investeerder en vermogensbeheerder acht de rechtbank niet onrechtmatig. Op een discussieforum op internet is het nu eenmaal gebruikelijk dat minder formele taal wordt gebezigd en enige mate van overdrijving voorkomt. De lezer wordt geacht ermee bekend te zijn dit soort postings niet geheel letterlijk moeten worden opgevat en deze met een korrel zout moeten worden genomen.
Voor zover de posting echter vermeldt “oplichters en dieven zijn het”, gaat [B] naar het oordeel van de rechtbank te ver. Deze bewoordingen zijn onjuist en onnodig grievend. Hiermee wordt immers de suggestie gewekt dat [A] zich bezig houdt met illegale/ongeoorloofde praktijken, terwijl dit oordeel niet wordt gestaafd door de feiten, waaronder het rapport van Deloitte. Een dergelijke onjuiste beschuldiging aan het adres van [A] stelt [A] in een kwaad daglicht en is daarom in beginsel onrechtmatig jegens hem. Dat het om een waardeoordeel van [B] gaat, doet hieraan niet af. Aannemelijk is dat een dergelijk, niet door de feiten gesteund waardeoordeel van de directeur van NNN door lezers wel serieus wordt genomen. Het verweer van [B] dat hij slechts in algemene zin zou opmerken dat vermogensbeheerders en financieel adviseurs oplichters zijn, gaat niet op, alleen al omdat uit dit bericht duidelijk blijkt dat hij daar in ieder geval ook [A] onder verstaat.

Posting D
4.6.  Ook posting D wordt onrechtmatig geacht. Ook hier beschuldigt [B] [A] immers ervan een oplichter te zijn, zodat hier hetzelfde heeft te gelden als hiervoor onder posting C is overwogen. Een dergelijke beschuldiging vindt geen steun in het beschikbare feitenmateriaal. Dat [B] de praktijken van [A] tevens struikroverij noemt, houdt weer wel een toegestane overdrijving in waar lezers van het forum worden geacht doorheen te kunnen prikken.

4.7.  Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat posting C en D op onderdelen een ongeoorloofde inbreuk maken op de eer en goede naam van [A] en deze onrechtmatig zijn jegens [A]. Het belang dat [A] heeft om gevrijwaard te blijven van ongefundeerde verdachtmakingen weegt hier zwaarder dan het belang dat [B] heeft bij zijn vrijheid van meningsuiting.

4.8.  Nu de postings C en D onrechtmatig zijn jegens [A], is de gevorderde verklaring voor recht, zoals genoemd onder 3.1 sub I., als hierna vermeld toewijsbaar.
In beginsel is [B] verder jegens [A] aansprakelijk voor de ten gevolge van het onrechtmatig handelen geleden schade.

4.9.  Voor zover de vordering is ingesteld door Inveztor, wordt deze afgewezen. Door [A] c.s. is onvoldoende gesteld waaruit het specifiek jegens haar onrechtmatige handelen uit bestaat, de beschuldigingen in de citaten richten zich immers niet op Inveztor maar op de persoon [A]. Daarnaast heeft zij onvoldoende toegelicht waaruit de door Inveztor gestelde schade dan bestaat en waaruit deze blijkt.

4.10.  Ten aanzien van het door [A] gevorderde zoals vermeld onder 3.1 sub II wordt als volgt overwogen. Vaststaat dat de [B] verweten postings reeds voor het uitbrengen van de dagvaarding van internet zijn verwijderd, terwijl er geen reden is om aan te nemen dat dezelfde postings weer opnieuw zullen worden gepubliceerd. [A] heeft dan ook onvoldoende belang meer bij zijn vordering tot het verwijderen en verwijderd houden van de postings. Voor zover [A] voorts een verbod voor de toekomst vordert tot het doen van uitlatingen welke als een herhaling kunnen worden gezien van de in de postings vervatte verdachtmakingen, dan wel een verwijzing daarnaar vormen, zal het verbod worden afgewezen. Een dergelijk toekomstig verbod zou een te grote beperking van de uitlatingsvrijheid ten gevolge hebben en daarnaast zou een dergelijk verbod, indien daaraan dwangsommen worden gekoppeld, makkelijk tot executiegeschillen kunnen leiden.

4.11.  Aangezien de vordering, zoals vermeld onder 3.1 sub II niet toewijsbaar is, is de daaraan gekoppelde en apart gevorderde dwangsom, zoals vermeld onder 3.1 sub V. evenmin toewijsbaar.

4.12.  Naast de onder 3.1 sub I. en II gevorderde verklaring voor recht heeft [A] tevens onder sub III en IV een vordering ingesteld die ertoe strekt [B] te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de (im)materiële schade die [A] als gevolg van het onrechtmatig handelen stelt te hebben geleden, nader op te maken bij staat, alsmede [B] te veroordelen tot betaling van een voorschot hierop.
De rechtbank zal de verwijzing naar de schadestaatprocedure afwijzen. [A] heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom het niet mogelijk is de schade reeds in de onderhavige procedure te beoordelen.
De rechtbank is in dit verband van oordeel dat [A] c.s. geen, althans onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk enige materiële schade, die aan het onrechtmatig handelen is toe te rekenen, heeft geleden of zal lijden.
Wel acht de rechtbank voor de onrechtmatig bevonden uitlatingen van [B] een bedrag aan immateriële schadevergoeding van EUR 1.000,- in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat [A] c.s. als adviseur afhankelijk is van zijn reputatie. Anderzijds zijn de uitlatingen gedaan op een internetforum waarop iedereen berichten kan schrijven en de berichtgeving normaal gesproken met een korrel zout wordt genomen. Daarnaast zijn de publicaties inmiddels van de websites verwijderd.

4.13.  Nu Inveztor jegens [B] als de in het ongelijk gestelde partij heeft te gelden, zal Inveztor worden veroordeeld in de proceskosten voor zover specifiek door [B] jegens Inveztor gemaakt. Tot op heden worden deze kosten echter op nihil begroot.

4.14.  [B] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten voor zover door [A] jegens hem gemaakt, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [A] begroot op:

– explootkosten  EUR    72,25
– vast recht    313,-
– salaris procureur  904,- (2 punten × tarief EUR 452,00)
– Totaal   EUR 1.289,25.

5.  De beslissing
De rechtbank

5.1.  wijst het door Inveztor gevorderde af;

5.2.  veroordeelt Inveztor in de proceskosten voor zover deze door [B] specifiek jegens Inveztor zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

5.3.  verklaart voor recht dat de postings C en D, zoals hiervoor onder 2.4 geciteerd en zoals gepubliceerd op internet, waaronder op de website www.NNN.nl, onrechtmatig zijn jegens [A] voor zover zij de kwalificatie oplichter en/of dieven inhouden;

5.4.  veroordeelt [B] tot betaling aan [A] binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis van een bedrag van EUR 1.000,- (duizend euro) aan immateriële schadevergoeding;

5.5.  veroordeelt [B] in de proceskosten van [A], tot aan deze uitspraak begroot op EUR 1.289,25;

5.6.  verklaart de hiervoor genoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.  wijst af het meer of anders gevorderde.
(bron: www.rechtspraak.nl)

Mocht u omtrent onrechtmatige publicaties vragen hebben of behoefte hebben aan direct advies of bijstand, kunt u altijd kosteloos contact opnemen met ons advocatenkantoor. Telefonisch contact gaat snel en u krijgt direct een van onze advocaten aan de telefoon. Bel ons nu tegen op 030 252 35 20 of tot 22.00 uur op 030 252 35 20. Een eerste telefonisch advies is altijd kosteloos.

Deel dit verhaal:
TEAM Advocaten

Geschreven door:

TEAM Advocaten
Zoeken:
BETROUWBAAR & BETAALBAAR
Snelle scan, second opinion, beoordeling van uw zaak?
Neem vrijblijvend contact met ons op
Wij maken gebruik van cookies om de gebruiks­­vriendelijkheid van onze website te verbeteren. Daarnaast kunnen we je hierdoor gerichte content bieden op onze websites, via onze andere kanalen en andere media. We onthouden je keuze zodat je niet iedere keer dat je onze website bezoekt deze vraag te zien krijgt. Naast het accepteren van de cookies, kan je de cookies ook beheren via 'Cookie instellingen'.
Accepteer cookiesPrivacy statementCookie instellingen