Huurrecht bedrijfsruimte | huurrecht advocaten

Huurrecht bedrijfsruimte – contact. Mocht u omtrent huurrecht bedrijfsruimte vragen hebben of behoefte hebben aan juridische bijstand, kunt u altijd kosteloos contact opnemen met onze gespecialiseerde huurrecht advocaten. Bel ons centrale telefoonnummer 030 252 35 20. Een eerste telefonisch advies is altijd kosteloos.

De zaak die in dit bericht wordt besproken betreft de vraag wanneer sprake is van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 (huurrecht bedrijfsruimte).

De kantonrechter overweegt in deze zaak dat bedrijfsruimte waarin een onderneming gevestigd is die zich bezighoudt met vervanging kapotte autoruiten, wordt aangemerkt als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. De kantonrechter overweegt daartoe in de kern als volgt: vooropgesteld wordt dat de omschrijving van de bestemming in de huurovereenkomst steun geeft aan de stelling dat het hier om 7:290-bedrijfsruimte gaat, althans dat dit partijen indertijd bij het sluiten van de huurovereenkomst voor ogen heeft gestaan. Ook de omstandigheid dat de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Bedrijfsruimte, beter bekend als de ROZ-bepalingen, onderdeel van der partijen huurovereenkomst uitmaken pleit voor de aanname dat in casu sprake is van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. Daarbij komt dat uitgaande van het feitelijk gebruik van het gehuurde ook moet worden geconcludeerd dat het hier gaat om bedrijfsruimte in de hiervoor bedoelde zin. De bedrijfsactiviteiten van bestaan in hoofdzaak uit de vervanging en reparatie van autoruiten, waartoe automobilisten zich rechtstreeks (zonder het maken van een afspraak) bij het bedrijf kunnen vervoegen. In het gehuurde is een ruimte aanwezig waarin het publiek wordt ontvangen en waarin -weliswaar op beperkte schaal- producten worden verkocht. Belangrijker is echter dat het gehuurde, zoniet geheel dan toch voor een belangrijk deel kan worden aangemerkt als een -voor het publiek toegankelijke- ruimte waarin dienstverlening aan het publiek c.q. de consument plaatsvindt. Daarmee voldoet het gehuurde dus aan de omschrijving, de definitie, van artikel 7:290 BW

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton
Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 184481 \ VZ VERZ 05-938

beschikking van de kantonrechter d.d. 28 februari 2006

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ABC B.V.,
hierna te noemen: ABC,
gevestigd te Waalre en kantoorhoudende te Son,
verzoekster,
gemachtigde: mr. X, advocaat,

tegen

mevrouw [x],
hierna te noemen: [x],
wonende te Leeuwarden,
verweerster,
gemachtigde: mr. Y. advocaat.

Procesverloop
1.  ABC heeft bij voorwaardelijk verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 november 2005, primair verzocht haar niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek en subsidiair gevraagd de ontruimingstermijn met betrekking tot de onroerende zaak te Leeuwarden te verlengen tot 1 oktober 2006.
Het verweerschrift van [x] is binnengekomen op 28 december 2005.
De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2006.
De beschikking is bepaald op heden.

Motivering
2. De vaststaande feiten
2.1.  ABC huurt sedert 1 oktober 1995 van (wijlen) de heer [voornaam]. [x] een gedeelte van de bedrijfsruimte gelegen aan de X, te Leeuwarden, kadastraal bekend onder nummer K510. Het gehuurde is uitsluitend bestemd voor “een onderneming die ten doel heeft de dienstverlening aan automobilisten (…) en de verkoop van auto-onderdelen en accessoires, in het bijzonder de vervanging van gebroken autoruiten door nieuwe onmiddellijk nadat de schade zich heeft voorgedaan…”.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Bedrijfsruimte van toepassing.

2.2.  [x] is de enige erfgename van wijlen de heer [voornaam]. [x] voornoemd en als zodanig diens rechtsopvolgster in de onderhavige huurovereenkomst.

2.3.  De huurovereenkomst werd aanvankelijk aangegaan voor vijf jaar en daarna stilzwijgend verlengd. Bij brief van 1 juni 2004 heeft [x] (tijdig) de huur tegen 1 oktober 2005 opgezegd. Desgevraagd heeft [x] later -bij brief van 9 augustus 2004- als reden voor de opzegging opgegeven dat zij, dat wil zeggen Auto [x] BV en met name het aan deze rechtspersoon gelieerde Service BV, extra bedrijfsruimte nodig had(den).

2.4.  In de huurovereenkomst is verder nog de navolgende bepaling opgenomen:
“Bij opzeggen van de huur door partij A (=[voornaam]. [x], ktr), verplicht hij zich tegenover partij B (= ABC B.V., ktr) geen nieuwe huurder aan te trekken welke activiteiten gaat uitoefenen als autoglasspecialist.”

2.5.  ABC heeft tegen de huuropzegging en de ontruiming bezwaar gemaakt.

3. De standpunten van partijen
3.1.  ABC baseert haar voorwaardelijk verzoek op de stelling dat het gehuurde als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW is aan te merken en dus niet als ruimte in de zin van artikel 7:230a BW. ABC heeft in heel Nederland filialen, waarin automobilisten ter plekke ruitschade kunnen laten herstellen. Er is een ruimte waarin publiek wordt ontvangen en waarin ook autoaccessoires aan publiek worden verkocht. Zij wijst er daarbij op dat haar bedrijfsactiviteiten als kleinhandels- en ambachtsbedrijf moet worden aangemerkt.
Haar bedrijf is volgens ABC te vergelijken met een garagebedrijf en/of een schadeherstelbedrijf. De ruimten waarin dergelijke bedrijven zijn gevestigd worden volgens vaste jurisprudentie als 290-bedrijfsruimte aangemerkt.
Kennelijk meende [x] aanvankelijk ook dat van 290-bedrijfsruimte sprake was, aangezien zij zich op dringend eigen gebruik van het gehuurde heeft beroepen. Voorts zijn de Algemene Bepalingen voor 7A:1624 BW (oud, thans 7:290 BW) van toepassing, hetgeen er op duidt dat vanaf de aanvang door partijen is uitgegaan van het gehuurde als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW.
Hiervan uitgaande voldoet de opzegging niet aan de daarvoor gestelde wettelijke vereisten en is derhalve nietig.

Subsidiair, en alleen voor het geval het gehuurde niet als 7:290-bedrijfsruimte kan worden beschouwd, verzoekt ABC verlenging van de opzegtermijn met één jaar. Ook wijst zij er op dat [x] -door Service B.V. in het gehuurde te willen vestigen- in strijd handelt met de onder rechtsoverweging 2.4. genoemde bepaling in de huurovereenkomst, aangezien Care Schade Service B.V. autoruitschadereparaties wenst te verrichten.

3.2.  [x] heeft tegen het verzoek uitdrukkelijk en gemotiveerd verweer gevoerd, stellende dat het gehuurde als “overige ruimte” in de zin van artikel 7:230a BW moet worden aangemerkt. Het bedrijf van ABC legt zich enkel toe op de het vervangen van beschadigde autoruiten en is niet als kleinhandels- of ambachtsbedrijf aan te merken. Zo dit al het geval zou zijn dan voldoet de ruimte nog niet aan de omschrijving van artikel 7:290 BW, aangezien er geen voor het publiek toegankelijke ruimte in is gevestigd waarin producten aan het publiek worden verkocht. Er is slechts een ruimte waarin de klanten hun autosleutels afgeven en de rekening betalen.
Voorts stelt [x] dat ABC haar filiaal overal in Leeuwarden kan vestigen en niet is gebonden aan de huidige plaats. Er is in en rond Leeuwarden meer dan voldoende aanbod aan, voor ABC geschikte, bedrijfsruimte.
Tenslotte meent [x] dat de belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen.

3. De beoordeling

3.1.  Vooropgesteld wordt dat de omschrijving van de bestemming in artikel 3 van de huurovereenkomst steun geeft aan de stelling van ABC dat het hier om 7:290-bedrijfsruimte gaat, althans dat dit partijen indertijd bij het sluiten van de huurovereenkomst voor ogen heeft gestaan. Ook de omstandigheid dat de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Bedrijfsruimte, beter bekend als de ROZ-bepalingen, onderdeel van der partijen huurovereenkomst uitmaken pleit voor de aanname dat in casu sprake is van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW.

3.2.  Daarbij komt dat uitgaande van het feitelijk gebruik door ABC van het gehuurde ook moet worden geconcludeerd dat het hier gaat om bedrijfsruimte in de hiervoor bedoelde zin.
De bedrijfsactiviteiten van ABC bestaan in hoofdzaak uit de vervanging en reparatie van autoruiten, waartoe automobilisten zich rechtstreeks (zonder het maken van een afspraak) bij het bedrijf kunnen vervoegen. In het gehuurde is een ruimte aanwezig waarin het publiek wordt ontvangen en waarin -weliswaar op beperkte schaal- producten worden verkocht. Belangrijker is echter dat het gehuurde, zoniet geheel dan toch voor een belangrijk deel kan worden aangemerkt als een -voor het publiek toegankelijke- ruimte waarin dienstverlening aan het publiek c.q. de consument plaatsvindt.
Daarmee voldoet het gehuurde dus aan de omschrijving, de definitie, van artikel 7:290 BW.

3.3.  Dat ABC daarnaast ook wel dienstverlening “on the spot” verleend, doet aan het vorenstaande niet af. Ten eerste betreft het hier nog een beperkte activiteit en vindt het overgrote deel van de activiteiten van ABC in het gehuurde plaats.
Ook de stelling van [x] dat de werkzaamheden in belangrijke mate zijn geautomatiseerd en weinig specifieke kennis en vaardigheden vereisen, maakt -voor zover dit al aannemelijk is geworden- het vorenstaande niet anders. Ten eerste is automatisering van bedrijfsactiviteiten geen onderscheidend criterium ten deze, ten tweede rechtvaardigt het enkele feit dat er sprake is van een bepaalde mate van automatisering nog niet de conclusie dat het dus niet om een ambachtsbedrijf gaat.

3.4.  Al het vorenstaande betekent dat het primaire verzoek toewijsbaar is.

Beslissing op het voorwaardelijke verzoek
De kantonrechter:

wijst het primaire verzoek ?toe en verklaart ABC niet-ontvankelijk in haar verzoek;

compenseert de kosten van dit geding met dien verstande dat elk van partijen haar eigen kosten draagt.
(bron: www.rechtspraak.nl)