Corporate governance
Corporate governance
Corporate governance is een begrip dat steeds vaker terugkomt in jaarverslagen van vennootschappen. Maar wat betekent het precies? Welke doelen dient het, waarom is het belangrijk en in hoeverre is het wettelijk geregeld?
Definitie
In juridische zin verwijst corporate governance naar het geheel van regels, procedures en gedragsnormen dat de interne organisatie van een vennootschap ordent. Het bepaalt de machtsbalans tussen verschillende organen zoals het bestuur, de raad van commissarissen (RvC) en de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA).
Doelen
Goede corporate governance waarborgt een evenwichtige machtsverdeling binnen de vennootschap. Daarmee voorkomt zij (de schijn van) belangenverstrengeling en zorgt zij dat het belang van de vennootschap centraal blijft staan. Daarnaast beschermt een goede governance-structuur de belangen van (minderheids)aandeelhouders, crediteuren en andere stakeholders. Ook fungeert zij als middel om belangenconflicten, fraude of wanbeheer te beperken.
De RvC heeft bijvoorbeeld de taak het bestuur te controleren. Wanneer dezelfde personen zowel in het bestuur als in de RvC zitting nemen, zouden bestuurders in feite hun eigen handelen beoordelen. Dit leidt tot ongewenste situaties en tast de onafhankelijkheid van het toezicht aan. In dat geval is de corporate governance dus niet op orde.
Is het belangrijk?
Het belang van corporate governance is groot. Wanneer de governance-structuur niet op orde is, kan de indruk ontstaan dat er sprake is van belangenverstrengeling binnen de onderneming. Een transparant en goed functionerend governance-systeem vergroot het vertrouwen van externe partijen, zoals investeerders, toezichthouders en zakenpartners. Een gebrekkige governance daarentegen kan leiden tot juridische geschillen en zelfs tot aansprakelijkheidsclaims tegen bestuurders, commissarissen of feitelijke beleidsbepalers.
Wettelijke grondslag
In Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn diverse bepalingen opgenomen die zien op corporate governance. Zo regelt artikel 2:129/239 BW de taak van het bestuur en artikel 2:140/250 BW de taak van de RvC. Het bestuur bepaalt het beleid en de strategie van de vennootschap en moet daarbij het vennootschappelijk belang vooropstellen. Dat belang ziet op duurzame, lange termijn waardecreatie. Beslissingen van het bestuur moeten dus gericht zijn op continuïteit en niet op kortetermijnwinst.
Wanneer de AVA zeggenschap zou krijgen over het beleid en de strategie, kan dit leiden tot spanningen. Aandeelhouders hoeven zich immers niet primair te richten op het belang van de vennootschap; zij kunnen geneigd zijn te handelen vanuit kortetermijnbelangen, bijvoorbeeld door hun aandelen snel te verkopen. Daarom is een strikte scheiding tussen de bevoegdheden van het bestuur en de AVA essentieel.
Ook bij het contractueel toekennen van rechten aan derden (zoals benoemings- of informatierechten) moet men waken voor strijd met de wettelijke bevoegdheidsverdeling tussen organen. Zo kan het contractueel toekennen van extra informatierechten aan aandeelhouders strijd opleveren met het beginsel van gelijkheid van aandeelhouders van artikel 2:92/201 lid 2 BW.
De Nederlandse Corporate Governance Code
De Nederlandse Corporate Governance Code is van toepassing op beursgenoteerde vennootschappen. Hoewel de Code niet dwingendrechtelijk is, moeten beursvennootschappen het ‘pas toe of leg uit’-principe volgen: zij passen de bepalingen van de Code toe, of leggen gemotiveerd uit waarom zij daarvan afwijken. Ook niet-beursgenoteerde vennootschappen kunnen de Code vrijwillig toepassen. Dit stimuleert ondernemingen om bewust na te denken over hun governance-structuur en de naleving daarvan.
Conclusie
Corporate governance vormt een essentieel onderdeel van het vennootschapsrecht. Het biedt een kader voor verantwoord bestuur en toezicht, bevordert transparantie en verantwoording, en beperkt juridische en financiële risico’s. Voor ondernemingen is het niet slechts een kwestie van reputatie, maar een integraal onderdeel van hun rechtspositie en van de bescherming van de belangen van bestuurders, commissarissen, aandeelhouders en overige stakeholders.