Tegenstrijdig belang in het bestuur
Tegenstrijdig belang in het bestuur: wie beslist?
In april 2026 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak rond Getir B.V., de Nederlandse dochtervennootschap van het bekende Turkse boodschappenbezorgbedrijf. Een herstructurering had tot verdeeldheid binnen het bestuur geleid: de oprichters wilden delen van de onderneming via een ander plan zelf verkrijgen, de overige bestuurders waren hier tegen. Mochten die oprichters meebeslissen over die herstructurering? Of zouden zij zich, vanwege hun persoonlijke belang, moeten onthouden? Met dit arrest brengt de Hoge Raad helderheid in een vraagstuk dat in de praktijk al jaren onbeantwoord bleef.
Wat is tegenstrijdig belang?
Bestuurders van een besloten vennootschap (BV) moeten zich uitsluitend laten leiden door het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Doet zich een situatie voor waarin het persoonlijke belang van een bestuurder niet parallel loopt met dat van de vennootschap, dan spreken juristen van een tegenstrijdig belang. Artikel 2:239 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek schrijft sinds 2013 voor dat de geconflicteerde bestuurder zich in zo een geval onthoudt van de beraadslaging en besluitvorming over het onderwerp waar dat belang betrekking op heeft.
Een heldere regel, maar met één belangrijke leemte: de wet schrijft niet voor wie er binnen de vennootschap moet beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van een tegenstrijdig belang. Mag de bestuurder dat zelf vaststellen? Of moet de vaststelling aan een ander worden overgelaten? Zonder duidelijkheid daarover bleef het risico bestaan dat een bestuurder die wel een tegenstrijdig belang had, toch over de besluitvorming kon meebeslissen, met alle gevolgen van dien.
Wat besliste de Hoge Raad?
Bij een meerhoofdig bestuur komt de beoordeling in beginsel toe aan de overige bestuurders. De Hoge Raad formuleert hierbij drie concrete regels.
- De bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang heeft een meldingsplicht en is verplicht tot openheid jegens zijn medebestuurders.
- De vaststelling of er daadwerkelijk sprake is van een tegenstrijdig belang ligt bij de overige bestuurders, niet bij de betrokken bestuurder zelf.
- Wanneer een tegenstrijdig belang is vastgesteld, dragen de medebestuurders er zorg voor dat de geconflicteerde bestuurder ook feitelijk niet aan de beraadslaging en besluitvorming over het onderwerp deelneemt.
Statutair kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld door de raad van commissarissen een goedkeuringsrecht te geven. Achteraf blijft rechterlijke toetsing van het besluit mogelijk.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor besturen vraagt deze duidelijkheid om een goede voorbereiding. Wie een mogelijk tegenstrijdig belang denkt te hebben, doet er goed aan dit tijdig en transparant met zijn medebestuurders te delen. In de notulen moet vervolgens zichtbaar zijn welke afweging is gemaakt en welke procedure is gevolgd. Voor commissarissen en aandeelhouders biedt het arrest meer houvast bij de beoordeling achteraf of een besluit op een correcte wijze tot stand is gekomen.
Eén open vraag
Het Getir-arrest gaat over een meerhoofdig bestuur. Wat als de vennootschap maar één bestuurder heeft? Dan ontbreekt per definitie de mogelijkheid voor medebestuurders om over een tegenstrijdig belang te oordelen. De vangnetregeling in artikel 2:239 lid 6 BW schrijft dan voor dat de raad van commissarissen of de algemene vergadering het besluit overneemt. Echter blijft de vraag wie de vaststelling dan doet, onbeantwoordt.
Een denkbare oplossing is een spiegeling van de besluitvormingsregeling: het orgaan dat het besluit overneemt, de raad van commissarissen of, bij ontbreken daarvan, de algemene vergadering, wordt dan ook bevoegd om vast te stellen of er sprake is van een tegenstrijdig belang.
Voor een definitieve beantwoording van deze vraag is nadere verduidelijking door de wetgever of een volgend arrest van de Hoge Raad noodzakelijk. Tot die tijd blijft op dit punt enige rechtsonzekerheid bestaan.