Wanneer is een commanditaire vennoot toch hoofdelijk aansprakelijk?

De commanditaire vennoot

De commanditaire vennoot, ook wel de stille vennoot genoemd, is de geldschieter in een commanditaire vennootschap. De commanditaire vennootschap is een bijzondere vorm van een vennootschap onder firma (de VOF). In de commanditaire vennootschap zijn er twee soorten vennoten: een beherend vennoot, deze mag handelen en is hoofdelijk aansprakelijk, en een commanditaire vennoot, deze brengt het geld in, maar houdt zich niet bezig met beheershandelingen of het bestuur van de vennootschap.

De hoofdregel

De regelgeving hiervoor is neergelegd in het Wetboek van Koophandel (WvK), specifiek in artikel 19 tot 21 WvK. Artikel 20 lid 2 WvK formuleert de hoofdregel voor een commanditaire vennoot. Volgens dit artikel mag de commanditaire vennoot geen beheershandelingen verrichten, en ook de CV niet vertegenwoordigen. Doet hij dit wel, dan volgt er een sanctie uit artikel 21 WvK. Artikel 21 WvK stelt dat als een commanditaire vennoot toch een bestuurshandeling verricht, hij dan hoofdelijk aansprakelijk wordt voor alle schulden van de CV, niet alleen de schulden die voortkomen uit deze handeling. Waar de stille commanditaire vennoot in eerste instantie werd beschermd, verliest deze als het ware zijn bescherming als stille vennoot.

Verzachting van de sanctie

In het baanbrekende arrest HR Katterug heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die een verzachting van de sanctie bewerkstelligt. De Hoge Raad heeft hierbij twee gezichtspunten geformuleerd die moeten worden meegenomen in de beoordeling of de sanctie moet worden verzacht. Er moet in eerste instantie worden gekeken naar of er enig verwijt kan worden gemaakt aan de commanditaire vennoot die de beheershandeling verrichtte. Als tweede moet er worden gekeken naar of de derde wist dat het om een commanditaire vennoot ging die de beheershandeling verrichtte. Beide partijen hebben bij deze beoordeling dus een rol.

Verhaalmogelijkheden van de schuldeisers

Mocht er sprake zijn van schulden van de CV, waarvoor de beherend vennoot of de commanditaire vennoot aansprakelijk is, dan moet de schuldeiser zich ook kunnen verhalen op een bepaald vermogen. Indien er een schuld is door een beherend vennoot, dan kan de schuldeiser zich verhalen op het afgescheiden vermogen van de CV, en op het privévermogen van de beherend vennoot. Indien de commanditaire vennoot niets te maken had met de handeling van de beherend vennoot, dan is deze niet aansprakelijk in zijn privévermogen. Indien de commanditaire vennoot het zojuist uitgelegde artikel 20 lid 2 WvK overtreedt, dan kan de schuldeiser zich ook verhalen op het privévermogen van de commanditaire vennoot. Daarbij moet dan wel rekening worden gehouden met de hierboven besproken verzachting uit HR Katterug.