Join THE TEAM.

Wij hebben direct plaats voor een gevorderde stagiaire, jurist of Juridisch Secretaresse!

Zie de vacature

Eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden / eenzijdig wijzigen van arbeidsvoorwaarden

Eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Het gaat in deze zaak om een vordering tot betaling van sinterklaasvergoeding en eindejaarsuitkering na beëindiging dienstverband. De vraag die speelt is of het eenzijdig wijzigen van de arbeidsvoorwaarden door de werkgever geoorloofd is. Onderscheid artikel 7:611, 7:613 en 6:248 BW. Artikel 6:248 lid 2 BW moet worden toegepast in geval van wijziging van collectieve regelingen waarbij geen sprake is van een wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW.

Voor direct advies en bijstand met betrekking tot eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden kunt u altijd kosteloos contact opnemen met ons advocatenkantoor. Dit gaat snel en u krijgt direct een van onze arbeidsrecht advocaten aan de telefoon. Bel ons nu tegen op 030 252 35 20 of tot 22.00 uur op 030 252 35 20. Daarvoor brengen wij u vanzelfsprekend geen kosten in rekening. Een eerste telefonisch advies is altijd kosteloos.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
sector kanton

VONNIS

in de zaak van

[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres bij exploot van dagvaarding van 29 september 2005,
gemachtigde mr. X,

tegen

de stichting Stichting Pharros Groep,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde mr. Y.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]” en “Pharros Groep”.

Het verloop van de procedure

[eiseres] heeft onder overlegging van stukken -zakelijk weergegeven- gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Pharros Groep te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 2.870,85 bruto te voldoen, alsmede € 406,- ter zake van buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2004 althans vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening, met veroordeling van Pharros Groep in de kosten van de procedure.

Pharros Groep heeft onder overlegging van stukken van antwoord geconcludeerd.

Bij vonnis van 25 oktober 2005 is een comparitie van partijen gelast, die is gehouden op
1 december 2005. Ter zitting is [eiseres] in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. J.P.R.C. de Jonge, terwijl Pharros verschenen is bij haar coördinator R.J. Seriese, bijgestaan door de gemachtigde mw. mr. M.J. Willemsen. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.
[eiseres] heeft ter zitting een notitie overgelegd, vergezeld van een productie.

Pharros Groep heeft daarop schriftelijk gereageerd, waarbij ook zij producties heeft overgelegd.

Vervolgens hebben beide partijen zich schriftelijk uitgelaten en is van [eiseres] nog een korte fax ontvangen.

Op 28 februari 2006 is een rolopdracht gegeven, waarna eerst [eiseres] zich heeft uitgelaten en daarna Pharros Groep een antwoordakte heeft genomen.

De uitspraak van het vonnis is ten slotte door de kantonrechter nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen partijen -zakelijk weergegeven en voorzover thans van belang- het volgende vast:

2.2. Tussen partijen heeft een arbeidsovereenkomst bestaan, die bij beschikking van
2 november 2004 van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, per 1 december 2004 is ontbonden op verzoek van Pharros, onder toekenning van een vergoeding aan [eiseres] ten laste van Pharros ten bedrage van € 250.000,-. Bij de berekening van die vergoeding is de kantonrechter uitgegaan van C=2, terwijl bij de berekening van de factor B rekening is gehouden met de gemiddelde gratificatie van 6 % van het salaris over de afgelopen jaren.
Voorafgaande aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst is [eiseres] vanaf 8 januari 2004 (situationeel) arbeidsongeschikt geweest. In april 2004 heeft Pharros al een ontbindingsverzoek ingediend bij de kantonrechter te Rotterdam, doch dat verzoek is eind juni 2004 afgewezen.

2.3. Op voormelde arbeidsovereenkomst is de CAO Woondiensten van toepassing. De CAO Woondiensten 2004 heeft een looptijd van één jaar, van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004. Bij besluit van 4 november 2004 zijn de bepalingen van deze CAO algemeen verbindend verklaard.

2.4. In een nieuwsbericht van Pharros Groep van 5 november 2003 is onder meer vermeld:
“De OR is verheugd te kunnen melden dat de bruto premiespaar- en feestdagenvergoeding voor 2003 is omgezet in een éénmalige ‘Sinterklaasuitkering’ conform de voorwaarden die ook van toepassing waren bij het premiesparen. Voor 2004 en latere jaren zal nog verder overleg plaatsvinden om tot een definitieve regeling te komen. (…)”

2.5. In het verslag overlegvergadering bestuur-/OR Pharros d.d. 4 november 2003 is – voorzover thans van belang – vermeld:
“De OR en [naam 1] ronden het overleg af over de aanpassing van de secundaire arbeidsvoorwaarden van Pharros als gevolg van de wijziging van de fiscale wetgeving over het jaar 2003 (m.n. gericht op premiespaarregeling, de feestdagenvergoeding en het betalen van loonbelasting over het kerstpakket.) De gemaakte afspraken zijn als volgt:
a. De premiespaarregeling, zoals opgenomen in de SAV van de Pharros Groep, is met ingang van 2003 afgeschaft.
b. Pharros zal in de toekomst aan de medewerkers geen feestdagenvergoeding (waaronder het kerstpakket) meer verstrekken.
c. elke medewerk(st)er van de Pharros Groep, die op 1 december 2003 in dienst is van de Pharros Groep, ontvangt bij de salaris betaling van december 2003 een eenmalige bruto-uitkering ter grootte van € 661,58. (…)
g. de uitkering wordt niet toegekend aan medewerk(st)ers waarvoor inmiddels een traject is gestart om het dienstverband tussen de werkgever en werknemer te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter. (…)”

2.6. Voorgaande afspraken zijn door Pharros Groep in een nieuwsbericht van
11 november 2003 aan de medewerkers kenbaar gemaakt. Voorts is daarbij vermeld:
“In 2004 zal opnieuw bekeken worden hoe we hiermee omgaan. In januari worden hierover afspraken gemaakt. (…)”

2.7. In een verslag overlegvergadering bestuur – OR Pharros Groep d.d. 13 april 2004 is onder meer vermeld:
“(…) Op grond van de uitgevoerde berekeningen wordt de Sinterklaasuitkering van 18 februari jl. vastgesteld op € 360,- bruto. Afgesproken wordt dat de OR het personeel z.s.m. via [naam 2] informeert over de gemaakte afspraken (…)”

2.8. In de door Pharros Groep in 2004 op intranet geplaatste ‘Toekenningsregels
Sinterklaasuitkering’ is – voor zover thans van belang – vermeld:
“a. elke medewerk(st)er van de Pharros Groep, die op 1 november in dienst is van de Pharros Groep, ontvangt bij de salarisbetaling van november een bruto-uitkering ter grootte van € 360,00. (…)
e. de uitkering wordt niet toegekend aan medewerk(st)ers waarvoor inmiddels een traject is gestart om het dienstverband tussen werkgever en werknemer te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter. (…)
Secundaire arbeidsvoorwaarden De Pharros Groep, Geactualiseerd 01-01-2004.”

2.9. In een Nieuws Overzicht van Pharros Groep betreffende ‘Aanpassingen in de Secundaire Arbeidsvoorwaarden (SAV) van 15 april 2004, is – voorzover thans van belang – vermeld:
“(…) Er zijn afspraken gemaakt over de volgende onderwerpen: jaarlijkse (lagere)
‘Sinterklaasuitkering’. (…) Alle maatregelen worden met terugwerkende kracht tot
1 januari 2004 verrekend met het salaris (waarschijnlijk in mei). (…)”

2.10. In een op 8 december 2004 door mr. E.Th.P. Staal, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Pharros Groep, ondertekend besluit, genaamd “Besluit Stichting Pharros Groep”, is – voor zover thans van belang – het volgende vermeld:
“Gelet op het bedrijfsresultaat over het jaar 2004 besluit de voorzitter van de Raad van Bestuur van de stichting Pharros Groep als volgt:
I. toe te kennen aan de medewerkers, die voor (on)bepaalde tijd een dienstverband hebben met de Stichting Pharros Groep, een éénmalige uitkering ter grootte van 6% van het in het jaar 2004 genoten salaris, een en ander met inachtneming van de volgende richtlijnen:
II. de onder punt I genoemde uitkering wordt op grond van het oordeel van de bedrijfsdirecteur:
– Alleen toegekend aan medewerkers die op 1 december 2004 in dienst van de stichting én vóór 1 december 2004 in dienst zijn getreden.
– Niet toegekend aan medewerkers die niet voldoende functioneren en aan wie dat mondeling of schriftelijk duidelijk te kennen is gegeven.
– Niet toegekend aan medewerkers waarvoor een traject is gestart om het dienstverband tussen de werkgever en de werknemer te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter (waaronder ook begrepen de zogenaamde pro-forma-ontbinding).
– (…)”

2.11. In de besluiten betreffende toekenning van de eindejaarsuitkering voor de jaren 2000 en 2001 is – voor zover thans van belang – vermeld:
“ (…) De onder punt I genoemde eindejaarsuitkering wordt (…) niet toegekend aan medewerkers waarmee momenteel gesprekken plaatsvinden met het oogmerk de arbeidsovereenkomst te beëindigen op grond van onvoldoende functioneren, een en ander ter beoordeling van de bedrijfsdirecteur. (…)”

2.12. In het besluit betreffende toekenning van de eindejaarsuitkering voor 2002 is – voor zover thans van belang – vermeld:
“(…) De onder punt I genoemde eindejaarsuitkering wordt op grond van het oordeel van de bedrijfsdirecteur niet toegekend aan medewerkers waarmee momenteel gesprekken plaatsvinden met het oogmerk de arbeidsovereenkomst te ontbinden. (…)”

2.13. In het besluit betreffende toekenning van de eindejaarsuitkering voor 2003 is – voor zover thans van belang – vermeld:
“(…) De onder punt I genoemde eindejaarsuitkering wordt op grond van het oordeel van de bedrijfsdirecteur niet toegekend aan medewerk(st)ers waarvoor inmiddels een traject is gestart om het dienstverband tussen de werkgever en de werknemer te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter. (…)”

3. De stellingen van partijen

3.1. Aan de eis is -zakelijk weergegeven- het volgende ten grondslag gelegd:
– De eindafrekening heeft bij voormelde beëindiging van het dienstverband niet op correcte wijze plaatsgevonden. [eiseres] heeft op grond van de voor haar geldende arbeidsvoorwaarden recht op een bedrag van € 360,- bruto wegens een sinterklaasuitkering in 2004 en een bedrag van € 2.510,85 wegens een eindejaarsuitkering pro rato (11/12) van 6% over het jaarsalaris en 8% vakantiegeld, eveneens over 2004. Voorgaande jaren zijn voormelde uitkeringen wel aan [eiseres] verstrekt.
– Ondanks aanmaning zijn voormelde bedragen door Pharros Groep onbetaald gelaten.
– De regeling ‘toekenningsregels sinterklaasuitkering’ is voor [eiseres] niet van toepassing. Deze regeling maakt geen deel uit van de arbeidsovereenkomst die tussen partijen heeft bestaan.
– [eiseres] heeft jaarlijks een sinterklaasuitkering ontvangen; tot 2003 werd die uitkering een ‘feestdagenuitkering’ genoemd en in 2003 ontving [eiseres] een sinterklaasuitkering.
– Het ‘Besluit Stichting Pharros Groep’ d.d. 8 december 2004 is voor [eiseres] niet van toepassing nu dit besluit is genomen nadat de dienstbetrekking tussen partijen was beëindigd en een dergelijk besluit geen terugwerkende kracht heeft.
– [eiseres] heeft vanaf 1974 feitelijk ieder jaar een eindejaarsuitkering ontvangen, zodat gesproken kan worden van een verworven recht. Ook nadat [eiseres] in juli 1999 een afkoopsom heeft ontvangen ter compensatie van afschaffing van de bruto maandtoelage, is haar jaarlijks een eindejaarsuitkering betaald.
– De laatste werkdag van [eiseres] was 8 januari 2004; daarna heeft [eiseres] wegens situationele arbeidsongeschiktheid niet meer bij Pharros Groep gewerkt. Vanaf die dag had zij geen toegang meer tot intranet zodat zij van de eenzijdige (op intranet gepubliceerde) wijziging van de secundaire arbeidsvoorwaarden niet op de hoogte was. Bovendien is haar niet meegedeeld dat zij wegens onvoldoende functioneren niet in aanmerking zou komen voor beide uitkeringen, hetgeen volgens de hiervoor bedoelde toekenningsregels wel vereist is.
– Tussen de OR en Pharros Groep gemaakte afspraken betreffende secundaire arbeidsvoorwaarden zijn slechts bindend voor de werknemers indien de OR mandaat had om die afspraken te maken, hetgeen niet het geval was. Voorts is de voor eenzijdige wijziging van de secundaire arbeidsvoorwaarden krachtens artikel 27 WOR voorgeschreven procedure niet doorlopen.
– De gemaakte buitengerechtelijke kosten bedragen € 406,-.

3.2. Pharros heeft tegen de eis -zakelijk weergegeven en voorzover thans van belang- het volgende aangevoerd:
– Aan [eiseres] is, evenals aan alle andere medewerkers van Pharros Groep, in 2003 eenmalig een sinterklaasuitkering toegekend. Op grond van de toekenningsregels voor 2004 komt [eiseres] in 2004 niet voor een dergelijke uitkering in aanmerking, nu voor [eiseres] het traject was ingezet om het dienstverband te beëindigen. Bovendien functioneerde [eiseres] niet naar behoren hetgeen in het ontbindingsverzoek d.d. 28 april 2004 tot uiting is gebracht.
– Op grond het op 8 december 2004 genomen besluit inzake toekenningsregels eindejaarsuitkering wordt deze uitkering toegekend aan medewerkers die op 1 december 2004 in dienst zijn van de stichting. Genoemde uitkering wordt niet toegekend aan medewerkers waarvoor een traject is gestart om het dienstverband te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter en aan medewerkers aan wie is meegedeeld dat zij onvoldoende functioneren. Nu de arbeidsovereenkomst die tussen partijen bestond per 1 december 2004 door de kantonrechter was ontbonden en [eiseres] voorts onvoldoende functioneerde, heeft [eiseres] dan ook geen recht op een dergelijke uitkering.
– De toekenningsregels voor beide uitkeringen voor 2004 zijn ten opzichte van 2003 niet gewijzigd voor wat betreft de regel dat aan medewerkers waarvoor een beëindigingtraject is gestart, geen uitkering wordt verstrekt. De toekenningsregels zijn tijdig op intranet gepubliceerd, zodat [eiseres] daarvan kennis had kunnen nemen. Pharros Groep heeft een duidelijk communicatiebeleid met betrekking tot voormelde uitkeringen gevoerd.
– Bij de totstandkoming van deze toekenningsregels is afgezien van het volgen van de in artikel 13 van de CAO neergelegde procedure. Wel zijn die regels uitvoerig intern gecommuniceerd. Nu bovendien de eenmalige sinterklaasuitkering in 2003 op brede steun en instemming van het personeel van Pharros Groep kon rekenen, en ook door [eiseres] niet is geklaagd over vaststelling, procedure en uitkering, is de arbeidsvoorwaardenregeling conform artikel 13 van de CAO tot stand gekomen.
– Voor het geval geoordeeld wordt dat de regeling omtrent de sinterklaasuitkering in strijd met artikel 13 van de CAO is, voert Pharros Groep aan dat het haar vrij staat naast de reguliere arbeidsvoorwaarden uit de CAO een supplementaire arbeidsvoorwaardenregeling toe te passen. Nu de regeling willekeur vermijdt en niet onredelijk is en tijdig aan haar werknemers is meegedeeld, is sprake van een deugdelijke (eenzijdig) vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling.
– Aan [eiseres] is van 1974 tot 1989 jaarlijks een eindejaarsuitkering verstrekt. Vanaf 1 januari 1989 is die uitkering vervangen door een maandelijkse bruto maandtoelage, die per 1 juli 1999 is afgeschaft. Ter compensatie van die afschaffing is éénmalig een bedrag van f. 10.800,- bruto aan alle werknemers waaronder [eiseres] betaald. Sinds Pharros Groep in 2000 is gefuseerd met Estrade Wonen, is besloten jaarlijks een besluit te nemen omtrent het al dan niet toekennen van een eindejaarsuitkering. Tijdens het bekend maken van het besluit tot toekenning van de eindejaarsuitkering in de voorgaande jaren (2000 tot en met 2003), is telkens aangegeven dat het om een eenmalige uitkering ging.
– Toekenning van de eindejaarsuitkering heeft niet ongeclausuleerd plaatsgevonden; er is dan ook geen sprake van een verworven recht.

4. De beoordeling van de vordering

4.1. [eiseres] stelt recht te hebben op de door haar gevorderde bedragen wegens een sinterklaas- en eindejaarsuitkering over 2004 op grond van de arbeidsovereenkomst en -voorwaarden. Voorts heeft zij – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat haar ook in de voorgaande jaren deze uitkeringen zijn toegekend en dat de eenzijdige wijziging van de secundaire arbeidsvoorwaarden niet rechtsgeldig is, onder meer omdat zij daarover niet (deugdelijk) is geïnformeerd.

4.2. Pharros Groep heeft de verschuldigdheid van voormelde bedragen betwist en daartoe – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat verschuldigdheid van voormelde uitkeringen niet uit de arbeidsovereenkomst blijkt. Voorts stelt Pharros Groep dat [eiseres] op grond van de toekenningsregels voor 2004 niet in aanmerking komt voor beide uitkeringen, in de eerste plaats omdat voor haar een traject was gestart ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst en in de tweede plaats omdat zij onvoldoende functioneerde. De toekenningsregels voor beide uitkeringen wijken niet af van voorgaande jaren en zijn bovendien op deugdelijke wijze op intranet gepubliceerd, zodat [eiseres] daar tijdig kennis van had kunnen nemen.

Sinterklaasuitkering

4.3. Voor het wijzigen van de arbeidsvoorwaarden geldt als uitgangspunt dat instemming van beide partijen noodzakelijk is. Redelijkheid en billijkheid c.q. goed werkgeverschap kunnen er evenwel toe leiden dat de werkgever ook zonder contractuele grondslag tot eenzijdige  wijziging van de arbeidsvoorwaarden over kan gaan. Daarnaast is de werkgever gerechtigd om de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen, wanneer hij zich schriftelijk het recht heeft voorbehouden de arbeidsovereenkomst op de voet van het bepaalde in art. 7:613 BW te wijzigen. Gesteld noch gebleken is dat in casu sprake is van zo’n eenzijdig wijzigingsbeding. Ten slotte geldt nog als restcategorie art. 6:248 lid 2 BW. Die bepaling ziet met name op collectieve regelingen, zoals hier aan de orde is, waarbij geen sprake is van een wijzigingsbeding. Volgens genoemd artikel kan de betreffende regeling slechts gewijzigd worden “indien instandhouding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn”.

4.4. Naar het oordeel van de kantonrechter dient in casu aan de hand van het bepaalde in
art. 6:248 lid 2 BW beoordeeld te worden of Pharros Groep gerechtigd was om de regeling met betrekking tot de sinterklaasuitkering eenzijdig te wijzigen. Immers zoals hiervoor ook al gezegd is sprake van een collectieve regeling zen heeft Pharros Groep zich niet schriftelijk het recht voorbehouden de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen.

4.5. De wijziging betreft een eenzijdige wijziging van de secundaire arbeidsvoorwaarden in 2003; de bruto premiespaar- en feestdagenvergoeding voor 2003 is omgezet in een sinterklaasuitkering en in dat jaar éénmalig uitgekeerd. In 2004 is de sinterklaasuitkering wederom uitgekeerd en kreeg deze uitkering een structureel karakter.

4.6. Het handhaven van de premiespaar- en feestdagenvergoeding in 2003 en de daarbij geldende toekenningsvoorwaarden is naar het oordeel van de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarbij spelen de volgende omstandigheden een rol. De reden voor de wijziging van de arbeidsvoorwaarden is gelegen in gewijzigde fiscale wetgeving, op grond waarvan de wijziging gerechtvaardigd is. De ondernemingsraad heeft voorts ingestemd met de eenzijdige wijziging; de afspraken zijn in overleg met de ondernemingsraad gemaakt. Het betreft bovendien een – niet heel ingrijpende – wijziging van secundaire arbeidsvoorwaarden, terwijl de gewijzigde arbeidsvoorwaarden niet in de CAO of arbeidsovereenkomst waren vastgelegd.

4.7. Het verweer van [eiseres] dat zij niet deugdelijk van de wijziging op de hoogte zou zijn gebracht, wordt gepasseerd om de volgende reden. Pharros Groep heeft onweersproken aangevoerd dat het verslag waarin de toekenningsregels voor 2003 waren vermeld, op intranet is gepubliceerd en toegankelijk was voor alle werknemers van Pharros Groep. Voorts zijn de toekenningsregels voor 2003 in een nieuwsbericht van 11 november 2003 aan alle medewerkers van Pharros Groep kenbaar gemaakt. Hiermee heeft Pharros Groep de werknemers van de wijzigingen voor 2003 op een deugdelijke manier op de hoogte gebracht. Nu de laatste werkdag van [eiseres] 8 januari 2004 was, moet ervan worden uitgegaan dat zij van de toekenningsregels voor 2003 op de hoogte was althans had kunnen zijn. Daarmee had zij ook op de hoogte kunnen zijn van de toekenningsregels voor de uitkering over 2004, omdat die regels ongewijzigd waren. Alleen het bedrag van de uitkering over 2004 is gewijzigd van € 661,58 in 2003 naar € 360,- in 2004. Daarnaast was het karakter van de uitkering in tegenstelling tot 2003, vanaf 2004 structureel. Tegen de hoogte van die uitkering heeft [eiseres] kennelijk geen bezwaar, omdat zij in de onderhavige procedure ook slechts € 360,- vordert ter zake van de sinterklaasuitkering over 2004 en dus niet het hogere bedrag van € 661,58 dat in 2003 gold. Tegen het karakter van de uitkering zijn geen bezwaren geuit.

4.8. Het bezwaar van [eiseres] tegen de wijziging van de secundaire arbeidsvoorwaarden richt zich met name tegen de volgende toekenningsregel voor 2004: “De uitkering wordt niet toegekend aan medewerk(st)ers waarvoor inmiddels een traject is gestart om het dienstverband tussen werkgever en werknemer te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter.” Deze regel gold zowel in 2003 als in 2004, zodat in die zin geen sprake is van een wijziging. Gesteld noch gebleken is dat [eiseres] tegen de invoering van die regel in 2003 bezwaar heeft gemaakt.

4.9. Gelet op het voorgaande kunnen voormelde verweren van [eiseres] niet leiden tot het oordeel dat de toekenningsregels voor 2004 niet rechtsgeldig zijn althans niet voor haar van toepassing zouden zijn. [eiseres] komt op grond van de voor 2004 geldende toekenningsregels niet in aanmerking voor de sinterklaasuitkering. Immers daarin is bepaald dat de uitkering niet wordt toegekend aan medewerk(st)ers waarvoor inmiddels een traject is gestart om het dienstverband tussen werkgever en werknemer te beëindigen door tussenkomst van de kantonrechter. Dit was voor [eiseres] het geval nu de arbeidsovereenkomst tussen haar en Pharros Groep per 1 december 2004 ontbonden is door de kantonrechter. Het deel van de vordering dat ziet op voormelde uitkering wordt derhalve afgewezen.

Eindejaarsuitkering

4.10. [eiseres] stelt voorts recht te hebben op een eindejaarsuitkering over 2004, nu haar in voorgaande jaren ook een dergelijke uitkering werd verstrekt en derhalve sprake is van een verworven recht.

4.11. Niet weersproken is dat aan [eiseres] in juli 1999 ter compensatie van de afschaffing van een bruto maandtoelage éénmalig een bedrag van f. 10.800,- bruto is uitgekeerd en dat sinds 2000 door Pharros Groep werd aangegeven dat het besluit omtrent het al dan niet toekennen van een eindejaarsuitkering jaarlijks zou worden genomen en dat het in die zin telkens om een eenmalige uitkering ging. Sindsdien is jaarlijks door Pharros Groep het besluit genomen tot toekenning van de eindejaarsuitkering over te gaan onder bepaalde – in die besluiten genoemde – voorwaarden. Zo is telkens vermeld dat de uitkering niet werd toegekend aan medewerkers waarmee gesprekken plaatsvonden met het oogmerk de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De uitkering is derhalve niet ongeclausuleerd verstrekt, zodat geen sprake is van een verworven recht.

4.12. Voor beantwoording van de vraag of [eiseres] in aanmerking komt voor de eindejaarsuitkering over 2004, dient dan ook gekeken te worden naar de toekenningsregels voor 2004. Op grond van die – hiervoor onder 2.14 vermelde regels – heeft [eiseres] geen recht op eindejaarsuitkering voor 2004 gelet op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per
1 december 2004. Dat het besluit ‘toekenningsregels 2004’ is genomen na beëindiging van het dienstverband tussen [eiseres] en Pharros Groep, kan [eiseres] niet baten. Immers voormelde regel is ongewijzigd gebleven. Ook in de voorgaande jaren is telkens aangegeven dat de uitkering niet wordt toegekend aan medewerk(st)ers met wie gesprekken gaande zijn over ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

4.13. Uit het voorgaande volgt dat ook dit deel van de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen.

4.14. [eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Pharros Groep vastgesteld op € 525,- aan salaris voor haar gemachtigde.

(bron: www.rechtspraak.nl)

Zie ook:

https://teamadvocaten.nl/eenzijdige-functiewijziging/

Deel dit verhaal:
TEAM Advocaten

Geschreven door:

TEAM Advocaten
Zoeken:
BETROUWBAAR & BETAALBAAR
Snelle scan, second opinion, beoordeling van uw zaak?
Neem vrijblijvend contact met ons op
Wij maken gebruik van cookies om de gebruiks­­vriendelijkheid van onze website te verbeteren. Daarnaast kunnen we je hierdoor gerichte content bieden op onze websites, via onze andere kanalen en andere media. We onthouden je keuze zodat je niet iedere keer dat je onze website bezoekt deze vraag te zien krijgt. Naast het accepteren van de cookies, kan je de cookies ook beheren via 'Cookie instellingen'.
Accepteer cookiesPrivacy statementCookie instellingen